Kunstzinnigheid

Het kunstzinnige, het muzische is het eerste waarmee een kind in zijn ontwikkeling te maken krijgt. Tekenen, schilderen, boetseren, dansen, zingen: het zijn de meest opvallende verschijnselen van de ontwikkeling die een kind doormaakt in de eerste levensjaren.
Kunstzinnigheid is in alle leerstof op onze school (en in alle steinerscholen) verweven. Omdat dat de enige manier is om bij de kinderen een diepgaande emotie los te maken en van daaruit het denken aan te spreken. Dat denken wordt aangesproken omdat de emotie de aanzet is tot een sterke wilsimpuls. De wil om te leren krijgt een ware injectie. We kunnen immers een kind niet iets leren, maar we kunnen het wel aanzetten om iets te leren.
Het kunstzinnige is de meest rechtstreekse manier om dat te doen.
Leraren brengen de leerstof op een kunstzinnige wijze, dus niet zomaar overgenomen uit een handboek. Ze hebben zich verdiept in de leerstof, er over nagedacht en er een totaal eigen werk van gemaakt. Ze brengen de leerstof (wiskunde, taal, geschiedenis, aardrijkskunde, alle vakken) op een kunstzinnige manier, waarbij vooral de vertelkunst aan bod komt. Het woord is het eerste en belangrijkste kunstzinnige aspect in het onderwijs. Boeiend en beeldend leren vertellen is de allereerste opdracht voor een leraar.
Kunstzinnig wil ook zeggen dat men de essentie, de kern van een zaak kan treffen. Zoals de beste hedendaagse kunstenaars erin slagen de toeschouwer aan het denken te zetten door een installatie of welk ander kunstwerk dan ook, zo maakt de leraar de kinderen wakker voor, en zet ze dus aan het denken over de essentie van de leerstof.
Leerstof is ook: muziek. Dat is niet het op muziek zetten van de leerstof, maar de leerstof zo brengen dat er een muzikale sfeer van uitgaat. Dit houdt in dat spanning en ontspanning, in- en uitademen, zwak en sterk elkaar afwisselen in een muzikaal ademend ritme.
Kunstzinnig betekent ook verbindingen leggen. Zoals kleuren die kunnen geproefd worden, zoals smaken die harmonie├źn oproepen en geuren die verre geluiden en beelden in herinnering brengen. In elk thema van elk vak zitten er mogelijkheden om geschilderd, getekend, gemusiceerd, geboetseerd, gedramatiseerd te worden. Zoals er in taalkundige ontleding (woordsoorten) een bijzonder rijk muzikaal gegeven schuilt en in wiskunde maat en ritme te vinden zijn, zo kan in alles een diepere, vakoverschrijdende dimensie gevonden worden.
Kunstzinnig is ook de oppervlakte verlaten en een tweede, misschien zelfs een derde laag ontdekken in elk leerstofgegeven. In elke opgave zit meer dan alleen maar die opgave. Het kan zitten in een reeks sommen waarin als tweede laag een bepaald schema zit. Of in een woordenrij waarbij een tweede laag een heel andere dimensie naar boven brengt. Het is zoals met het schilderij: “Ceci n’est pas une pipe”. De leerstof is altijd meer dan wat je op het eerste gezicht ziet. Waarbij we vooral uitgaan van die diepe waardevolle gevoelselementen die de wil aanspreken.

Terug naar De pedagogie